Potdorie, die dekselse Nederlanders toch. Correctie, ik veralgemeen. Potdorie, die Matthijs Van Nieuwkerk toch. Geschokt was hij, diep geschokt, over de straffe taal die mevrouw Connie Palmen op het boekenbal sprak. Over wat zij ‘de nietsnutten’ van de boekenwereld noemde: de lectuurschrijvers, thrillerpenners, de bastards die de goden van de literatuur beroofden van verkoopcijfers, de vuige honden en onreinen die kostte wat het kost gemakkelijke en toegankelijke lectuur produceerden die begrijpelijk was zonder ‘veertig jaar gelezen te hebben’ (zoals mevrouw Palmen zei).
Laat ik niet jokkebrokken: van deze nietsnutten heb ik geen woord gelezen. Kluun is een naam die ik ken van de televisie. Het is een scheldwoord geworden voor een nietsnut, die zijn computer aanzet en een boek uit zijn vingers laat gulpen zonder voorbereidend werk, zonder research en zonder zes naslagwerken. Althans dat denk ik, want nogmaals: ik heb er geen bal van gelezen.
Wat komt ge dan in deze discussie doen? Waarom moet ge dan ook uw zegske hebben, Janssens? Ik wilde Connie Palmen altijd al eens tegenspreken, daarom. Ik ben een bewonderaar van het werk van Connie Palmen. De Wetten waren een openbaring, en ik begin eerstdaags aan Lucifer. Ook haar essayboeken vind ik geweldig. Maar ik vind niet dat kunst (zoals zij de literatuur noemde om haar van de lectuur te onderscheiden) enkel begrijpbaar mag zijn na veertig jaar lezen. Of pas begrijpbaar zijn na een ander boek. Een boek is een boek en moet te snappen zijn voor een marsman die op bezoek komt en op een of andere manier Nederlands heeft geleerd. Gesteld dat een marsman enigszins menselijk is. Want dat onderscheidt de literatuur misschien wel van de lectuur: het feit dat de literatuur algemeen-menselijke gevoelens aanboort die de lectuur ten voordele van spanning of amusement onberoerd laat. Harry Potter is geen literatuur.
Wat ik jammer vond, in dat verdomd mieterse programma dat De Wereld Draait Door is, is dat mevrouw Palmen de voor mij nobele onbekende thrillerschrijfster niet wat meer verbaal op haar bakkes heeft gegeven. Zoals zij op het boekenbal deed, een effect dat camera’s op haar hadden: zij werd een furie, een doorleefd stuk schrijfster dat wild om zich heen klauwde naar wie de literatuur beledigde door haar te gebruiken als kwalificatie bij het scheldwoord thriller. Zij had wat mij betreft gerust Hugo Borst Komrijgewijs de huid mogen volschelden toen hij haar I.M. beroerd geschreven noemde. In plaats daarvan haalde zij hem neer toen hij zei dat hij maar een voetbalcommentator was: “en niks meer”.
Mevrouw Palmen, ga zo door, scheld tot ze doorkrijgen dat literatuur te maken heeft met iets ongrijpbaars, met de liefde voor een traditie die zich uitdrukt in het schoppen tegen die traditie. Dat ze heerlijk woekert, zonder zich iets aan te trekken van verkoopcijfers. Ga lezingen houden om het tekort aan lezers te compenseren: noem uw eerste lezing Kluun, je kan niet schrijven en ga twee keer drie kwartier los op alle J.K. Rowlings van deze wereld. Lees in de pauze eigen werk voor. Ik zal elke voorstelling komen kijken, niet voor het lezen maar voor de scheldpartij. En vele mensen met mij.