Ik ben geen snob. Denk ik. Ik bladerde een paar dagen geleden in een boekhandel door een boek. Jawel. Een boek dat ik ergens tussen de DVD’s en de spelletjes had gevonden. Sterker nog, het was zelfs geen kookboek. U begrijpt dat ik in een niet-alledaagse boekenwinkel stond te bookshoppen.
Ik bladerde door het boek Snob, niet te verwarren met het boek Job uit de bijbel. Het was een heel ander soort bijbel, een opsomming van hedendaags snobistische objecten en bezigheden. Ik geef toe dat ik mij schuldig maakte aan een enkel object dat vermeld stond in Snob. De I-pod, om maar iets te noemen. Ik heb zo’n ding na een jaar twijfelen gekocht en ik meot zeggen dat ik er blij mee ben: Ik zou me een treinreis zonder wel voor kunnen stellen, maar de mobiele muziekbibliotheek is ideaal om andermans gesprekken buiten mijn hoofd te houden.
Verder stond er niet zo veel in dat ik ook bezat. Ik wil echter wel een voorwerp toevoegen aan de Snobbijbel: het boekje waarin ik dit schrijf (alvorens het over te tikken) is een onvervalste Moleskine. Het is een hype en een commercieel doordacht gemarketeerd product (Hemingway en andere groten zouden er in hebben gepend) maar ik vind het een mooi boekje. En ik geef toe, het besef van de traditie die aan mijn pennevruchten voorafgaat enkel en alleen door het notitieboekje, geeft me toch een vorm van trots op het idiote object dat het in feite is.
Misschien ben ik een klein beetje een snob. Maar dan echt maar een heel klein beetje. Echt.