Leo

18 01 2010

Ik moet een mening hebben over de nieuwe aartsbisschop. André Léonard, Dré’ke Leo voor de vrienden, is zoals het songfestival: je bent pro of contra, de ene facebookgroep of de andere. Kant kiezen. Ik herbekeek het journaalitem waarin den Dré zijn zeg deed en een ding viel mij op: als een Waal Nederlands praat, klinkt hij standaard alsof hij teveel gezopen heeft. Politicus of bisschop, Les Wallons zijn zo enthousiast over hun kennis van de Vlaamse spraak dat ze triomfantelijk onverstaanbaar worden. Aandoenlijk.

Ik kreeg onmiddellijk sympathie voor de Leo: het christelijk geloof heeft een bron. Wij zijn allemaal kinderen van Christus. Wij zijn samen onderweg. Halleluja. Ik heb wat research gedaan naar de facebookgroep die pastoor Delanoy oprichtte om te protesteren tegen de aanstelling van Zotten Dré: een terugkeer naar de middeleeuwen, de nazi’s zijn weer binnen, een maatje van Ratzinger! Dat laatste wordt dan als bewijs naar voren geschoven: een vriend van de machtigste man van de kerk, dat kon toch onze aartsbisschop niet worden. Gatverdamme.

Daar ben ik het mee eens. De Vlaming is geen bazenpoeper. Het is een stille revolutionair, die voor zijn meerdere buigt en achter zijn rug een middelvinger opsteekt. Hij draait mee met de wind naar het hem uitkomt en als het er op aankomt blijft hij toch gewoon vreten uit de hand die hem het meeste te vreten geeft.

En blijkbaar wordt het stille Vlamingske onwel van Leo Lupus, die in het openbaar en consequent een overtuiging aanhangt die overeenkomt met die van de paus. C’est ça. En de Vlaming is er nog steeds van overtuigd dat de Aartsbisschop, de plaatsvervanger van de paus, de plaatsvervanger van Goddevader, macht heeft in Vlaanderen. Dat Leterme iedere avond in het Frans te biecht gaat bij de monsenieur en dan zijn politieke agenda krijgt gedicteerd.

En wat doet het Vlamingske? Hij predikt de revolutie in een facebookgroep, trekt ten strijde tegen zijn scherm. En als het zover is, dan zal het Vlamingske wel buigen, dat is hij gewend. Met een opgestoken middelvinger, natuurlijk. Zo is de Vlaming wel.





Eenzaamheid.

7 01 2010

Beste eenzaat,
Ik bedacht me net dat de titel van dit stukje een titel van Kundera had kunnen zijn. Het zou in het rijtje Traagheid, Identiteit en Onwetendheid niet misstaan. Helaas. Het is geen literaire titel, hoewel De Eenzaamheid van de Priemgetallen in de buurt komt. Ik noem enkele titels van boeken, beste eenzaat, niet uit literair snobisme. U kent mij. Liever dan de intertekstuele diepgang van mijn blog te vergroten (hoewel ik zodadelijk heel wat trefwoorden zal hebben, zodat nog meer mensen mijn blog in de jungle van het wereldwijde web zullen vinden) wil ik u wat leesvoer aanbieden.

U lijkt me eenzaam te zijn, eenzaat, en dus veel tijd te hebben om te lezen. Tot die conclusie kwam ik toen ik op 28 december van vorig jaar de beheerderspagina van mijn weblog opende om na te gaan of mijn nieuwjaarspost op het net verschenen was. Mijn vertrouwen in de automatisering is niet zo groot dat ik er de controle op weggeef. Wat bleek: de automatisering deed zijn werk. De post was netjes verschenen. Maar in de rechterhoek stond tot mijn grote verbazing een bezoekersaantal dat ik niet gewend ben. Maar liefst twintig (20) personen vonden de weg naar mijn blog.

Tot zover, naast wat hoongelach van u, eenzaat, niets nieuws onder de winterzon: u wist dat ik de zielig lage bezoekerscijfers betreur, hoewel ik ze zelf in de hand werk door het gebruik van te lange zinnen voor de aan de afstandsbediening en het internet verslingerde Vlaamse en Nederlandse mens. Wat me wel verbaasde eenzaat, is dat u met zijn twintig (20) op kerstdag (25 december) de tijd vond om mijn website te bezoeken.

Waren er geen feestjes? Heeft u geen familie? Dat u nota bene op misschien wel de heiligste dag van het jaar – hoewel pasen misschien nog heiliger is, ik weet niet of de geboorte dan wel de hergeboorte van Jezus het belangrijkste is – het weblog van een op het wanhopige af zijnde schrijver bezoekt. Even eenzaam als u, in de witte winternacht, op zoek naar een publiek.

Wie mijn blog bezocht op 25 december: maak u kenbaar. Eender wie u bent. Laat ons volgend jaar samen kerst vieren. We zullen rond de tafel zitten als de familie die u nooit heeft gehad. U zal kerstkalkoen (ik hou het bij Quorn, dan wel tofu) eten, ik schenk de wijn en na de kersttaart zullen we de geschenken openmaken. U zal zich nooit meer zo eenzaam voelen als afgelopen kerst.

Gert-Jan

P.S.: Als u, eenzaat, zich op een familiefeest bevond maar tussen de soep en het hoofdgerecht niet aan de verleiding kon weerstaan om mij op te zoeken, weet dan dat er in de andere kamer de enige mensen zaten op wie je hun hele leven lang kan rekenen. Het was je familie: de mensen die je pas zal missen als je zelf ‘familie’ geworden bent en op een familiefeest wanhopig en dronken de jongere generatie wil amuseren met je moppen.





Proms

2 11 2009

Ik begeef me graag op alle gebieden en alle terreinen, lezer, enkel en alleen om u ter wille te zijn en u te berichten over de wereld daarbuiten, buiten de pixels van uw computerscherm. Zo was ik vorige week voor het eerst in het Antwerpse Sportpaleis, u waarschijnlijk wel bekend van radio en tv.

Ik was er niet voor Clouseau, laat dat van meet af duidelijk zijn, en nog minder draafde ik op voor Milk Inc. Het was er de tijd van het jaar immers nog niet voor. Ik bevond mij in het Sportpaleis in het kader van het vijfentwintigjarig jubileum van The Night Of The Proms, een muziekfeest dat meestal gemakshalve wordt afgekort tot The Proms.

Ik begin, lezer, met positief nieuws: ik heb een fijne avond gehad. Ik mocht de wederopstanding van het Zweedse combo Roxette live meemaken, de verijzenis van het door mij doodgewaande ensemble Orchestral Manoeuvres In The Dark, wat eveneens ter vergemakkelijking van het talige leven wordt afgekort, dan wel tot O.M.D.

Nog meer positief nieuws, lezer, u zal van mij vandaag niet zo veel anders vernemen: ik heb -dankzij The Night Of The Proms, kortweg The Proms- een inzicht gekregen in een stukje geschiedenis. Ik heb bepaalde gebeurtenissen in een helder licht kunnen plaatsen en voor mezelf wat beter kunnen duiden.

Zo heb ik vorige week begrepen waar de voorliefde voor fakkels en vreemde gewaden vandaan kwam, die verscheidene groeperingen met verscheidene afkortingen aan de dag legden. Op The Night Of The Proms, The Proms dus, werd dit mooi geïllustreerd met de witte pijen en brandende fakkels waarmee vijfentwintig koorleden kwamen aangeschreden. Een mooi beeld, zeker ondersteund met indrukwekkende klassieke muziek. Ik miste enkel nog een brandend kruis en een strop waarmee een fijne lynchpartij begonnen kon worden.

Bovendien werd het succes van eenlettergrepige leuzen en opgestoken rechterarmen treffend geschetst, toen een man in een pak met een staf het publiek diets trachtte te maken dat het “hei” moest roepen telkens hij met zijn staf in de lucht zwaaide. Het publiek was enthousiast en zette de uitroep kract bij met een forse uitgestoken rechtervuist. Enkel een extra L en een geopende hand waren nodig om de link met de geschiedenis voor iedereen te leggen.

Het zou natuurlijk kort door de bocht zijn, lezer, om The Night Of The Proms, wat ook wel eens The Proms wordt genoemd, op een lijn te zetten met een zangfestijn uit het Derde Rijk. Maar omdat ik wel eens kort door de bocht wil zijn: gezang? Check. Groot orkest? Check. Klassieke muziek gemengd met volksliederen? Check. Een massa volk in een stadion? Check. Een opzwepende volksmenner? Check. Vendelzwaaien? Spreekkoren? Fakkels? Check, check, check.

Wat we misten, geachte lezer, waren enkele fijne donderspeeches, onderstreept met armgebaren. We misten vuur, we misten vlam, voor mijn part misten we een boodschap, ik en mijn 15000 lotgenoten. Van welke ideologische kant deze ook kwam, ze was nodig. Ze had de avond minder zinloos doen lijken. De muziek was goed, akkoord en de lichtshow was te pruimen. Maar zo af en toe een fijne donderspeech had de avond toch dat ietsje meer gegeven.





Cunst en Kultuur

16 07 2009

Alleen pek en veren hadden ze nog nodig om er een gezellige lynchpartij van te maken, de heren kunstbroeders die Joke Schauvliege, alias onze nieuwe minister van leefmilieu, natuur én cultuur, van bij dag één het vuur gezellig aan de schenen lieten branden. Met fakkels en zeisen stonden onze vrienden Lanoye en Mortier klaar aan de deuren van het Vlaams parlement.
Wat was het probleem met Schauvliege, een dame die behalve met een schitterende naam voor woordspelingen gezegend is met jonge kinderen en een drukke baan, wat was in godsnaam het probleem? Ze kende niks van kunst meneer, verzuchtten de kunstenaars. Het laatste boek dat ze gelezen had? Geen flauw idee. Het laatste toneelstuk? Een stuk van de KWB of nog erger: van een amateur -een huivering ging door de kunstwereld – gezelschap. Een half jaar geleden, dan nog.
Enfin, soit, goed: we hebben een cultuurminister die van Kultuur niet zo bijzonder veel kent, van kultuur des te meer. Het verenigingsleven: de chiro, de wafelenbak, de -jawel- KWB en amateurgezelschap De Wilgekatjes (te bekijken in Nijlen voor de kultuurliefhebbers).
Ter zake: is het nodig dat een cultuurminister de nieuwe voorstelling van Anne Teresa De Keersmaeker heeft gezien, alsook Godenslaap gelezen heeft en kan meepraten over het multimediale theater van Guy Cassiers? Of moet een cultuurminister haar job doen, zijnde zich inwerken in haar vakgebied, een beleid uitvoeren en dan aan de juiste types de juiste centjes geven? Een minister die haar job naar behoren uitvoert heeft me dunkt bij god de tijd niet om dikke boeken te lezen, laat staan om op iedere pensenkermis in de bourla op te draven.
Een minister moet zijn kop wel eens laten zien bij deze gelegenheden. Maar enkel als er een camera in de buurt is, anders heeft het absoluut geen zin om naar een theatervoorstelling te gaan. Boeken leest een politicus of politica wel, maar enkel als ze door iedereen geprezen worden of door geen hond gelezen worden.

Laat ons een kat een kat noemen: Joke heeft gewoon geen tijd om aan cultuur te doen. Ze is minister, heeft een man en twee kinderen. Probeer maar eens een boek te lezen met twee koters aan je rokken. En bij mijn weten heeft de Bourla geen kinderopvang.
Enfin, soit: ik wil maar zeggen dat ik onze nieuwe minister nu al hoog heb zitten. Na Bertje komt Joke, en ik vind Joke even symphatiek als Bertje, al was het maar om haar schitterende naam. Wat haar beleid betreft wacht ik vol ongeduld af: ze heeft honderd dagen gevraagd om zich in te werken in de Vlaamse kunst en cultuur. Honderd dagen! Wat een wijf: honderd dagen buiten het theaterseizoen, dat wordt veel DVD’tjes kijken.
En na die honderd dagen? Dan komt ze vast met een schitterend beleid naar buiten. En anders staan pek en veren nog steeds binnen handbereik.





Furie

4 05 2009

Potdorie, die dekselse Nederlanders toch. Correctie, ik veralgemeen. Potdorie, die Matthijs Van Nieuwkerk toch. Geschokt was hij, diep geschokt, over de straffe taal die mevrouw Connie Palmen op het boekenbal sprak. Over wat zij ‘de nietsnutten’ van de boekenwereld noemde: de lectuurschrijvers, thrillerpenners, de bastards die de goden van de literatuur beroofden van verkoopcijfers, de vuige honden en onreinen die kostte wat het kost gemakkelijke en toegankelijke lectuur produceerden die begrijpelijk was zonder ‘veertig jaar gelezen te hebben’ (zoals mevrouw Palmen zei).

Laat ik niet jokkebrokken: van deze nietsnutten heb ik geen woord gelezen. Kluun is een naam die ik ken van de televisie. Het is een scheldwoord geworden voor een nietsnut, die zijn computer aanzet en een boek uit zijn vingers laat gulpen zonder voorbereidend werk, zonder research en zonder zes naslagwerken. Althans dat denk ik, want nogmaals: ik heb er geen bal van gelezen.

Wat komt ge dan in deze discussie doen? Waarom moet ge dan ook uw zegske hebben, Janssens? Ik wilde Connie Palmen altijd al eens tegenspreken, daarom. Ik ben een bewonderaar van het werk van Connie Palmen. De Wetten waren een openbaring, en ik begin eerstdaags aan Lucifer. Ook haar essayboeken vind ik geweldig. Maar ik vind niet dat kunst (zoals zij de literatuur noemde om haar van de lectuur te onderscheiden) enkel begrijpbaar mag zijn na veertig jaar lezen. Of pas begrijpbaar zijn na een ander boek. Een boek is een boek en moet te snappen zijn voor een marsman die op bezoek komt en op een of andere manier Nederlands heeft geleerd. Gesteld dat een marsman enigszins menselijk is. Want dat onderscheidt de literatuur misschien wel van de lectuur: het feit dat de literatuur algemeen-menselijke gevoelens aanboort die de lectuur ten voordele van spanning of amusement onberoerd laat. Harry Potter is geen literatuur.

Wat ik jammer vond, in dat verdomd mieterse programma dat De Wereld Draait Door is, is dat mevrouw Palmen de voor mij nobele onbekende thrillerschrijfster niet wat meer verbaal op haar bakkes heeft gegeven. Zoals zij op het boekenbal deed, een effect dat camera’s op haar hadden: zij werd een furie, een doorleefd stuk schrijfster dat wild om zich heen klauwde naar wie de literatuur beledigde door haar te gebruiken als kwalificatie bij het scheldwoord thriller. Zij had wat mij betreft gerust Hugo Borst Komrijgewijs de huid mogen volschelden toen hij haar I.M. beroerd geschreven noemde. In plaats daarvan haalde zij hem neer toen hij zei dat hij maar een voetbalcommentator was: “en niks meer”.

Mevrouw Palmen, ga zo door, scheld tot ze doorkrijgen dat literatuur te maken heeft met iets ongrijpbaars, met de liefde voor een traditie die zich uitdrukt in het schoppen tegen die traditie. Dat ze heerlijk woekert, zonder zich iets aan te trekken van verkoopcijfers. Ga lezingen houden om het tekort aan lezers te compenseren: noem uw eerste lezing Kluun, je kan niet schrijven en ga twee keer drie kwartier los op alle J.K. Rowlings van deze wereld. Lees in de pauze eigen werk voor. Ik zal elke voorstelling komen kijken, niet voor het lezen maar voor de scheldpartij. En vele mensen met mij.





Buyl

24 03 2009

Geachte Meneer Buyl,

Ik zag u vorig jaar in uw twee laatste theaterproducties, Spoon River en Fool for Love. U speelde mee met jonge gasten, u was uw mompelende en strompelende zelf, terwijl het jeugdelijk geweld rondom u danste en zwanste. U liep af en toe naar voren, zoals vroeger naar het eerste plan, en liet de jeugd zien wat acteren had moeten zijn: een zaal vullen met uw innemende, afgeleefde lijf en stem.

Ik ben blij dat ik u nog heb zien spelen, ik lachte er zelfs mee: “nog even Nand Buyl zien want anders kan het misschien niet meer”. Het bleek te kloppen: geen theater zal nog gevuld zijn met uw stem. Uw hese keelgeluid zal enkel nog rondzwermen in de nok, bij de engelenbak, waar het publiek zit waar u voor speelde. Ze zullen kijken naar het kunst-en vliegwerk van die jonge gasten, en het waarderen, maar enkel omdat ze weten dat op die bühne ooit een man stond te fluisteren, hoewel zijn woorden hoorbaar waren tot vanboven.

Geen DVD of video zal ooit de leegte opvullen die u achterliet, geen CD kan de echo in de nok van het theater vervangen.

Liefs,





Fritzlland

16 03 2009

Sankt-Pölten wil de stad positief in het nieuws
Intussen hoopt Sankt-Pölten de internationale media-aandacht te gebruiken om de stad ook op een positieve manier in de kijker te zetten.

Alle journalisten zijn vanavond uitgenodigd voor een ontmoeting met de burgemeester in het stadhuis. Morgen en overmorgen organiseert het stadsbestuur toeristische rondleidingen voor journalisten in de hoop dat daar toeristische reportages uit voortvloeien.

Op alle hotelkamers ligt ook een meertalige brochure met daarin de lokale bezienswaardigheden.

In het stadje zelf is geen enkele hotelkamer meer te krijgen en plaatselijke restaurants hebben speciaal voor het proces “gruweltaart” en “Fritzl-schnitzel” op hun menukaart gezet.
bron: www.deredactie.be





Fritzl

16 03 2009

De mens heeft zo zijn rechten. Schijnt het. Het recht op een eerlijk proces, bijvoorbeeld. Het recht op privacy. Het recht op vrijheid zal ook wel eentje zijn. En het recht om te zwijgen, want alles wat u zegt et cetera. En dan zie je op Tinternet ene mijnheer Fritzl, een schoft, een hond en zwaar crapuul, akkoord, die als een lam naar de beklaagdenbank wordt geleid en blijkbaar niet eens het recht heeft op blokjes voor zijn ogen. Fritzl, vierenzeventig jaar oud, moest zich behelpen met zijn ringmap om toch enigszins zijn recht op privacy te verdedigen.

Laat ons de dingen duidelijk stellen: ten eerste verdedig ik zijne kelderlijkheid niet, dat moet zijn advocaat doen en niemand anders. Ten tweede: de pers mag en moet misschien zelfs verslag uitbrengen van dit proces van de eeuw, zoals het al is genoemd. Niet wanhopen, de eeuw duurt nog lang. Maar ik vind het kras dat een opa (akkoord: de opa van zijn eigen kinderen en de vader van zijn kleinkinderen) omringd door een tiental agenten van de Justizwachte zich een weg moet banen door de rechtzaal, waarbij hij gevolgd wordt door een camera tot aan zijn beklaagdenbankje, waar hij een fluisterend “geen commentaar” moet uitbrengen. Maar dan in het Duits.

Een. Waarom dat tiental agenten? De man is vierenzeventig. Hij wordt (naar alle waarschijnlijkheid, o gerechtigdheid) veroordeeld voor het mishandelen, verkrachten en wie weet doden van vrouwen en kinderen. Waren twee rijkswachters met een ongeladen revolver niet genoeg geweest? Twee. Wat had Fritzl moeten antwoorden op het “waarom” van de reporter? Had hij een sluitend en vlammend betoog moeten houden over de onzinnigheid van het taboe op incest, en moeten beweren dat hij de vergrijzing op een originele manier probeerde tegen te gaan?

Natuurlijk niet. Voer toch gewoon dat proces en zorg ervoor dat de wereld het een beetje kan volgen, maar ga toch niet vragen aan een bejaarde man hoe hij zich gaat verantwoorden voor feiten die niet te verantwoorden zijn. Hij is toch al door heel de wereld veroordeeld en uitgekotst, welk antwoord kan hij nog geven? Hij kan spijt betuigen, waarna de wereld hem weer in de mond neemt, hem nog eens als een bourgogne door de mond laat rollen om hem als een tafelwijn weer uit te spuwen omwille van zoveel hypocrisie. De wereld is ook nooit content.





Uniek

20 02 2009

Ik wist al niet wat er scheelde met die campagne van De Wever. Maar vandaag in de gazet: het blijkt een beetje manipulatie te zijn. Akkoord, niet door photoshop of andere trucjes, maar toch door een van de weinige goede foto’s van de man te gebruiken hoewel die de actuele lichaamsomvang niet meer precies weergeeft.

De volgende goede foto wordt verwacht in 2017. Tot dan krijgt u deze op uw folders.

Bart De Wever met minder kilo’s naar de kiezer

Wie de verkiezingsfolders van N-VA gisteren in de brievenbus kreeg, kon er niet naast kijken: voorzitter Bart De Wever zag er stralend en slank uit. Op het internet doken meteen allerhande speculaties op over het gewicht van de N-VA-topman, gaande van Weight Watchers tot Photoshop.

Maar daar is volgens reclamebureau DVN uit Gent geen sprake van. ‘We hebben de foto niet bewerkt, alleen uitgesneden’, klinkt het. De foto dateert wel van twee jaar geleden bij de federale verkiezingen. Het reclamebureau heeft bewust gekozen voor een lachende foto omdat het een positieve boodschap wil meegeven. N-VA-woordvoerder Jeroen Overmeer geeft toe dat Bart De Wever op de foto enkele kilo’s lichter is dan vandaag. ‘Een foto van tien jaar geleden zouden we natuurlijk niet meer gebruiken. Twee jaar is iets anders en na de verkiezingsuitslag in 2007 zag Bart er stralend uit. Precies de foto die we nodig hadden’, zegt Overmeer. ‘Bovendien is een foto met een lachende Bart redelijk uniek.’ (elb)
(bron: Het nieuwsblad)





Cliché

3 02 2009

Het is me wat, dezer dagen. De Joodse Gemeenschap maakt overuren met het schrijven van brieven en het sturen van mails naar instanties die hen beledigd hebben. Ze sturen brieven naar instanties als deze de spot drijven met de lichtgeraaktheid van sommige leden van de Joodse Gemeenschap. Ze zijn boos over zwarte mantels, baarden, pijpenkrullen en lange neuzen. Ze zijn boos over clichés.

Ik denk aan een uitzending die het collectief Neveneffecten vorige week via een DVD bij HUMO op mij losliet. Daarin werd een politie-eenheid geportretteerd die luisterde naar de naam ITCH (interventieteam voor clichéhandhaving). Een clichématige inspecteur spoorde inbreuken tegen clichés op om deze te herstellen, kortom: er werd grondig de spot gedreven met clichés. Toch heb ik geen weet van een Marokkaan of Italiaan die een klachtenbrief naar Neveneffecten stuurde, omdat deze bij monde van ITCH verplicht werden zich aan onze clichés te houden. Pasta voor de Italiaan en kruimeldieften voor de Marokkaan.

Het is vreemd dat er zo gereageerd werd tegen het cliché. Ik zou bij god niet weten hoe je anders iemand uitbeeld op TV, laat staan binnen de twee minuten dat de bewuste Man Bijt Hond-rubriek mag vullen. Zeker als die hele rubriek drijft op het cliché. Probeer maar eens op twee minuten een beeld te geven van een hele bevolkingsgroep, zonder dat je hervalt in clichématige beelden. Probeer de Vlaming of de Belg maar eens te schetsen in twee minuten, wedden dat je uitkomt bij vendelzwaaiende en patattenplantende boeren?

Daarom, bij deze, een pleidooi voor het cliché. Althans wat humor betreft. Stel je eender welke mop voor over Hollanders of Belgen, maar dan met na de clue de toevoeging: natuurlijk zijn niet alle Hollanders of Belgen zo, dat is maar een cliché. Dat is niet grappig. Of dat je Bert Anciaux Bert den Bleiter noemt, zoals dat in mijn omgeving nog wel eens gebeurt, maar onmiddellijk “nu, dat is niet altijd zo” toevoegd. Het leven wordt vermoeiend, als je alle clichés moet gaan relativeren.

Misschien is het, na het ironie-teken waar ik al een tijd niets meer van heb gehoord, tijd voor een clichéteken: een soort van aanhalingstekens waartussen je clichés kan plaatsen. §De Walen zijn lui, de Vlamingen vreten zich te pletter en de Duitsers staan ieder weekend bier te hijsen op een bierfeest.§ Dan ziet iedereen dat ik zelf ook wel weet dat wat ik beweer slechts een clichématig beeld is van de werkelijkheid. En dan ben ik graag bereid te praten, zodat ook ik een genuanceerde indruk krijg van de mensen om me heen.








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.