Cunst en Kultuur

16 07 2009

Alleen pek en veren hadden ze nog nodig om er een gezellige lynchpartij van te maken, de heren kunstbroeders die Joke Schauvliege, alias onze nieuwe minister van leefmilieu, natuur én cultuur, van bij dag één het vuur gezellig aan de schenen lieten branden. Met fakkels en zeisen stonden onze vrienden Lanoye en Mortier klaar aan de deuren van het Vlaams parlement.
Wat was het probleem met Schauvliege, een dame die behalve met een schitterende naam voor woordspelingen gezegend is met jonge kinderen en een drukke baan, wat was in godsnaam het probleem? Ze kende niks van kunst meneer, verzuchtten de kunstenaars. Het laatste boek dat ze gelezen had? Geen flauw idee. Het laatste toneelstuk? Een stuk van de KWB of nog erger: van een amateur -een huivering ging door de kunstwereld – gezelschap. Een half jaar geleden, dan nog.
Enfin, soit, goed: we hebben een cultuurminister die van Kultuur niet zo bijzonder veel kent, van kultuur des te meer. Het verenigingsleven: de chiro, de wafelenbak, de -jawel- KWB en amateurgezelschap De Wilgekatjes (te bekijken in Nijlen voor de kultuurliefhebbers).
Ter zake: is het nodig dat een cultuurminister de nieuwe voorstelling van Anne Teresa De Keersmaeker heeft gezien, alsook Godenslaap gelezen heeft en kan meepraten over het multimediale theater van Guy Cassiers? Of moet een cultuurminister haar job doen, zijnde zich inwerken in haar vakgebied, een beleid uitvoeren en dan aan de juiste types de juiste centjes geven? Een minister die haar job naar behoren uitvoert heeft me dunkt bij god de tijd niet om dikke boeken te lezen, laat staan om op iedere pensenkermis in de bourla op te draven.
Een minister moet zijn kop wel eens laten zien bij deze gelegenheden. Maar enkel als er een camera in de buurt is, anders heeft het absoluut geen zin om naar een theatervoorstelling te gaan. Boeken leest een politicus of politica wel, maar enkel als ze door iedereen geprezen worden of door geen hond gelezen worden.

Laat ons een kat een kat noemen: Joke heeft gewoon geen tijd om aan cultuur te doen. Ze is minister, heeft een man en twee kinderen. Probeer maar eens een boek te lezen met twee koters aan je rokken. En bij mijn weten heeft de Bourla geen kinderopvang.
Enfin, soit: ik wil maar zeggen dat ik onze nieuwe minister nu al hoog heb zitten. Na Bertje komt Joke, en ik vind Joke even symphatiek als Bertje, al was het maar om haar schitterende naam. Wat haar beleid betreft wacht ik vol ongeduld af: ze heeft honderd dagen gevraagd om zich in te werken in de Vlaamse kunst en cultuur. Honderd dagen! Wat een wijf: honderd dagen buiten het theaterseizoen, dat wordt veel DVD’tjes kijken.
En na die honderd dagen? Dan komt ze vast met een schitterend beleid naar buiten. En anders staan pek en veren nog steeds binnen handbereik.





Cliché

3 02 2009

Het is me wat, dezer dagen. De Joodse Gemeenschap maakt overuren met het schrijven van brieven en het sturen van mails naar instanties die hen beledigd hebben. Ze sturen brieven naar instanties als deze de spot drijven met de lichtgeraaktheid van sommige leden van de Joodse Gemeenschap. Ze zijn boos over zwarte mantels, baarden, pijpenkrullen en lange neuzen. Ze zijn boos over clichés.

Ik denk aan een uitzending die het collectief Neveneffecten vorige week via een DVD bij HUMO op mij losliet. Daarin werd een politie-eenheid geportretteerd die luisterde naar de naam ITCH (interventieteam voor clichéhandhaving). Een clichématige inspecteur spoorde inbreuken tegen clichés op om deze te herstellen, kortom: er werd grondig de spot gedreven met clichés. Toch heb ik geen weet van een Marokkaan of Italiaan die een klachtenbrief naar Neveneffecten stuurde, omdat deze bij monde van ITCH verplicht werden zich aan onze clichés te houden. Pasta voor de Italiaan en kruimeldieften voor de Marokkaan.

Het is vreemd dat er zo gereageerd werd tegen het cliché. Ik zou bij god niet weten hoe je anders iemand uitbeeld op TV, laat staan binnen de twee minuten dat de bewuste Man Bijt Hond-rubriek mag vullen. Zeker als die hele rubriek drijft op het cliché. Probeer maar eens op twee minuten een beeld te geven van een hele bevolkingsgroep, zonder dat je hervalt in clichématige beelden. Probeer de Vlaming of de Belg maar eens te schetsen in twee minuten, wedden dat je uitkomt bij vendelzwaaiende en patattenplantende boeren?

Daarom, bij deze, een pleidooi voor het cliché. Althans wat humor betreft. Stel je eender welke mop voor over Hollanders of Belgen, maar dan met na de clue de toevoeging: natuurlijk zijn niet alle Hollanders of Belgen zo, dat is maar een cliché. Dat is niet grappig. Of dat je Bert Anciaux Bert den Bleiter noemt, zoals dat in mijn omgeving nog wel eens gebeurt, maar onmiddellijk “nu, dat is niet altijd zo” toevoegd. Het leven wordt vermoeiend, als je alle clichés moet gaan relativeren.

Misschien is het, na het ironie-teken waar ik al een tijd niets meer van heb gehoord, tijd voor een clichéteken: een soort van aanhalingstekens waartussen je clichés kan plaatsen. §De Walen zijn lui, de Vlamingen vreten zich te pletter en de Duitsers staan ieder weekend bier te hijsen op een bierfeest.§ Dan ziet iedereen dat ik zelf ook wel weet dat wat ik beweer slechts een clichématig beeld is van de werkelijkheid. En dan ben ik graag bereid te praten, zodat ook ik een genuanceerde indruk krijg van de mensen om me heen.








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.