Alleen pek en veren hadden ze nog nodig om er een gezellige lynchpartij van te maken, de heren kunstbroeders die Joke Schauvliege, alias onze nieuwe minister van leefmilieu, natuur én cultuur, van bij dag één het vuur gezellig aan de schenen lieten branden. Met fakkels en zeisen stonden onze vrienden Lanoye en Mortier klaar aan de deuren van het Vlaams parlement.
Wat was het probleem met Schauvliege, een dame die behalve met een schitterende naam voor woordspelingen gezegend is met jonge kinderen en een drukke baan, wat was in godsnaam het probleem? Ze kende niks van kunst meneer, verzuchtten de kunstenaars. Het laatste boek dat ze gelezen had? Geen flauw idee. Het laatste toneelstuk? Een stuk van de KWB of nog erger: van een amateur -een huivering ging door de kunstwereld – gezelschap. Een half jaar geleden, dan nog.
Enfin, soit, goed: we hebben een cultuurminister die van Kultuur niet zo bijzonder veel kent, van kultuur des te meer. Het verenigingsleven: de chiro, de wafelenbak, de -jawel- KWB en amateurgezelschap De Wilgekatjes (te bekijken in Nijlen voor de kultuurliefhebbers).
Ter zake: is het nodig dat een cultuurminister de nieuwe voorstelling van Anne Teresa De Keersmaeker heeft gezien, alsook Godenslaap gelezen heeft en kan meepraten over het multimediale theater van Guy Cassiers? Of moet een cultuurminister haar job doen, zijnde zich inwerken in haar vakgebied, een beleid uitvoeren en dan aan de juiste types de juiste centjes geven? Een minister die haar job naar behoren uitvoert heeft me dunkt bij god de tijd niet om dikke boeken te lezen, laat staan om op iedere pensenkermis in de bourla op te draven.
Een minister moet zijn kop wel eens laten zien bij deze gelegenheden. Maar enkel als er een camera in de buurt is, anders heeft het absoluut geen zin om naar een theatervoorstelling te gaan. Boeken leest een politicus of politica wel, maar enkel als ze door iedereen geprezen worden of door geen hond gelezen worden.
Laat ons een kat een kat noemen: Joke heeft gewoon geen tijd om aan cultuur te doen. Ze is minister, heeft een man en twee kinderen. Probeer maar eens een boek te lezen met twee koters aan je rokken. En bij mijn weten heeft de Bourla geen kinderopvang.
Enfin, soit: ik wil maar zeggen dat ik onze nieuwe minister nu al hoog heb zitten. Na Bertje komt Joke, en ik vind Joke even symphatiek als Bertje, al was het maar om haar schitterende naam. Wat haar beleid betreft wacht ik vol ongeduld af: ze heeft honderd dagen gevraagd om zich in te werken in de Vlaamse kunst en cultuur. Honderd dagen! Wat een wijf: honderd dagen buiten het theaterseizoen, dat wordt veel DVD’tjes kijken.
En na die honderd dagen? Dan komt ze vast met een schitterend beleid naar buiten. En anders staan pek en veren nog steeds binnen handbereik.