Leo

18 01 2010

Ik moet een mening hebben over de nieuwe aartsbisschop. André Léonard, Dré’ke Leo voor de vrienden, is zoals het songfestival: je bent pro of contra, de ene facebookgroep of de andere. Kant kiezen. Ik herbekeek het journaalitem waarin den Dré zijn zeg deed en een ding viel mij op: als een Waal Nederlands praat, klinkt hij standaard alsof hij teveel gezopen heeft. Politicus of bisschop, Les Wallons zijn zo enthousiast over hun kennis van de Vlaamse spraak dat ze triomfantelijk onverstaanbaar worden. Aandoenlijk.

Ik kreeg onmiddellijk sympathie voor de Leo: het christelijk geloof heeft een bron. Wij zijn allemaal kinderen van Christus. Wij zijn samen onderweg. Halleluja. Ik heb wat research gedaan naar de facebookgroep die pastoor Delanoy oprichtte om te protesteren tegen de aanstelling van Zotten Dré: een terugkeer naar de middeleeuwen, de nazi’s zijn weer binnen, een maatje van Ratzinger! Dat laatste wordt dan als bewijs naar voren geschoven: een vriend van de machtigste man van de kerk, dat kon toch onze aartsbisschop niet worden. Gatverdamme.

Daar ben ik het mee eens. De Vlaming is geen bazenpoeper. Het is een stille revolutionair, die voor zijn meerdere buigt en achter zijn rug een middelvinger opsteekt. Hij draait mee met de wind naar het hem uitkomt en als het er op aankomt blijft hij toch gewoon vreten uit de hand die hem het meeste te vreten geeft.

En blijkbaar wordt het stille Vlamingske onwel van Leo Lupus, die in het openbaar en consequent een overtuiging aanhangt die overeenkomt met die van de paus. C’est ça. En de Vlaming is er nog steeds van overtuigd dat de Aartsbisschop, de plaatsvervanger van de paus, de plaatsvervanger van Goddevader, macht heeft in Vlaanderen. Dat Leterme iedere avond in het Frans te biecht gaat bij de monsenieur en dan zijn politieke agenda krijgt gedicteerd.

En wat doet het Vlamingske? Hij predikt de revolutie in een facebookgroep, trekt ten strijde tegen zijn scherm. En als het zover is, dan zal het Vlamingske wel buigen, dat is hij gewend. Met een opgestoken middelvinger, natuurlijk. Zo is de Vlaming wel.





Eenzaamheid.

7 01 2010

Beste eenzaat,
Ik bedacht me net dat de titel van dit stukje een titel van Kundera had kunnen zijn. Het zou in het rijtje Traagheid, Identiteit en Onwetendheid niet misstaan. Helaas. Het is geen literaire titel, hoewel De Eenzaamheid van de Priemgetallen in de buurt komt. Ik noem enkele titels van boeken, beste eenzaat, niet uit literair snobisme. U kent mij. Liever dan de intertekstuele diepgang van mijn blog te vergroten (hoewel ik zodadelijk heel wat trefwoorden zal hebben, zodat nog meer mensen mijn blog in de jungle van het wereldwijde web zullen vinden) wil ik u wat leesvoer aanbieden.

U lijkt me eenzaam te zijn, eenzaat, en dus veel tijd te hebben om te lezen. Tot die conclusie kwam ik toen ik op 28 december van vorig jaar de beheerderspagina van mijn weblog opende om na te gaan of mijn nieuwjaarspost op het net verschenen was. Mijn vertrouwen in de automatisering is niet zo groot dat ik er de controle op weggeef. Wat bleek: de automatisering deed zijn werk. De post was netjes verschenen. Maar in de rechterhoek stond tot mijn grote verbazing een bezoekersaantal dat ik niet gewend ben. Maar liefst twintig (20) personen vonden de weg naar mijn blog.

Tot zover, naast wat hoongelach van u, eenzaat, niets nieuws onder de winterzon: u wist dat ik de zielig lage bezoekerscijfers betreur, hoewel ik ze zelf in de hand werk door het gebruik van te lange zinnen voor de aan de afstandsbediening en het internet verslingerde Vlaamse en Nederlandse mens. Wat me wel verbaasde eenzaat, is dat u met zijn twintig (20) op kerstdag (25 december) de tijd vond om mijn website te bezoeken.

Waren er geen feestjes? Heeft u geen familie? Dat u nota bene op misschien wel de heiligste dag van het jaar – hoewel pasen misschien nog heiliger is, ik weet niet of de geboorte dan wel de hergeboorte van Jezus het belangrijkste is – het weblog van een op het wanhopige af zijnde schrijver bezoekt. Even eenzaam als u, in de witte winternacht, op zoek naar een publiek.

Wie mijn blog bezocht op 25 december: maak u kenbaar. Eender wie u bent. Laat ons volgend jaar samen kerst vieren. We zullen rond de tafel zitten als de familie die u nooit heeft gehad. U zal kerstkalkoen (ik hou het bij Quorn, dan wel tofu) eten, ik schenk de wijn en na de kersttaart zullen we de geschenken openmaken. U zal zich nooit meer zo eenzaam voelen als afgelopen kerst.

Gert-Jan

P.S.: Als u, eenzaat, zich op een familiefeest bevond maar tussen de soep en het hoofdgerecht niet aan de verleiding kon weerstaan om mij op te zoeken, weet dan dat er in de andere kamer de enige mensen zaten op wie je hun hele leven lang kan rekenen. Het was je familie: de mensen die je pas zal missen als je zelf ‘familie’ geworden bent en op een familiefeest wanhopig en dronken de jongere generatie wil amuseren met je moppen.





Nu.

28 12 2009

Nu het buiten ijskoud en sneeuwwit is. Nu de Belgische kindjes binnenkort de naam van een rivier minder moeten onthouden, maar wel het uit slechts een naam bestaande lijstje ‘gigantische riolen van België’ moeten kennen. Nu Anderlecht van Ajax is gewonnen. Nu op straat mensen doodvriezen of gered worden door de koning. Nu de verkoop van beeldjes van de dom van Milaan boomt. Nu een Nederlander eindelijk eens het Groot Dictee gewonnen heeft. Nu in Kopenhagen beslist wordt of we wel of niet gaan proberen om de wereld te redden. Nu de president van Europa eigenlijk gepensioneerd had moeten zijn. Nu diezelfde president ook de hobby van een gepensioneerde beoefent, zijnde haiku’s schrijven. Nu haiku’s nog altijd veel te pseudo-diepzinnige brokjes tekst zijn. Nu de crisis niet belet dat de winkels worden leeggegraaid op zoek naar een geschikt cadeau. Nu het rookverbod zo ingewikkeld wordt dat je alleen nog mag roken aan een tafeltje waar een asbak staat, mits je geen aardappelgerecht besteld hebt (voor je het besteld hebt mag het nog wel), behalve als je je patatten in schijfjes laat frituren want dan zijn het officieel chips maar die regel geld slechts tot 2012 of 2013 of 2014 (daar zijn ze zelf nog niet zo goed uit). Nu de files nieuwe toppen scheerden en nu komieken het land regeerden, nu eindigt het jaar. En laat ons eerlijk zijn: hoe rapper het voorbij is, hoe beter. Ik wens iedereen een dronken nieuwjaarsnacht en een beter 2010.





Proms

2 11 2009

Ik begeef me graag op alle gebieden en alle terreinen, lezer, enkel en alleen om u ter wille te zijn en u te berichten over de wereld daarbuiten, buiten de pixels van uw computerscherm. Zo was ik vorige week voor het eerst in het Antwerpse Sportpaleis, u waarschijnlijk wel bekend van radio en tv.

Ik was er niet voor Clouseau, laat dat van meet af duidelijk zijn, en nog minder draafde ik op voor Milk Inc. Het was er de tijd van het jaar immers nog niet voor. Ik bevond mij in het Sportpaleis in het kader van het vijfentwintigjarig jubileum van The Night Of The Proms, een muziekfeest dat meestal gemakshalve wordt afgekort tot The Proms.

Ik begin, lezer, met positief nieuws: ik heb een fijne avond gehad. Ik mocht de wederopstanding van het Zweedse combo Roxette live meemaken, de verijzenis van het door mij doodgewaande ensemble Orchestral Manoeuvres In The Dark, wat eveneens ter vergemakkelijking van het talige leven wordt afgekort, dan wel tot O.M.D.

Nog meer positief nieuws, lezer, u zal van mij vandaag niet zo veel anders vernemen: ik heb -dankzij The Night Of The Proms, kortweg The Proms- een inzicht gekregen in een stukje geschiedenis. Ik heb bepaalde gebeurtenissen in een helder licht kunnen plaatsen en voor mezelf wat beter kunnen duiden.

Zo heb ik vorige week begrepen waar de voorliefde voor fakkels en vreemde gewaden vandaan kwam, die verscheidene groeperingen met verscheidene afkortingen aan de dag legden. Op The Night Of The Proms, The Proms dus, werd dit mooi geïllustreerd met de witte pijen en brandende fakkels waarmee vijfentwintig koorleden kwamen aangeschreden. Een mooi beeld, zeker ondersteund met indrukwekkende klassieke muziek. Ik miste enkel nog een brandend kruis en een strop waarmee een fijne lynchpartij begonnen kon worden.

Bovendien werd het succes van eenlettergrepige leuzen en opgestoken rechterarmen treffend geschetst, toen een man in een pak met een staf het publiek diets trachtte te maken dat het “hei” moest roepen telkens hij met zijn staf in de lucht zwaaide. Het publiek was enthousiast en zette de uitroep kract bij met een forse uitgestoken rechtervuist. Enkel een extra L en een geopende hand waren nodig om de link met de geschiedenis voor iedereen te leggen.

Het zou natuurlijk kort door de bocht zijn, lezer, om The Night Of The Proms, wat ook wel eens The Proms wordt genoemd, op een lijn te zetten met een zangfestijn uit het Derde Rijk. Maar omdat ik wel eens kort door de bocht wil zijn: gezang? Check. Groot orkest? Check. Klassieke muziek gemengd met volksliederen? Check. Een massa volk in een stadion? Check. Een opzwepende volksmenner? Check. Vendelzwaaien? Spreekkoren? Fakkels? Check, check, check.

Wat we misten, geachte lezer, waren enkele fijne donderspeeches, onderstreept met armgebaren. We misten vuur, we misten vlam, voor mijn part misten we een boodschap, ik en mijn 15000 lotgenoten. Van welke ideologische kant deze ook kwam, ze was nodig. Ze had de avond minder zinloos doen lijken. De muziek was goed, akkoord en de lichtshow was te pruimen. Maar zo af en toe een fijne donderspeech had de avond toch dat ietsje meer gegeven.





CampusTV

26 10 2009

Geachte makers van CampusTv,

Ik beken: ik heb nooit naar uw programma gekeken, aangezien ATV niet bovenaan mijn lijstje met favoriete zenders staat en bovendien omdat het reilen en zeilen aan onze geliefde Universiteit (die van Antwerpen, uiteraard) mij slecht in beperkte mate boeit. Doch ik moet onmiddellijk nuanceren: de openingsequentie van uw programma, dat naar mijn mening met veel liefde en vakmanschap gemaakt is (maar nogmaals, ik heb het nooit gezien), heb ik wel met gepaste belangstelling bekeken. Meerdere malen zelfs, waarvan enkele keren in slowmotion, waarbij ik het beeld bijwijlen stil moest zetten om de flitsende montage even te laten voor wat het was.

Hoe en wanneer u de beelden voor deze schitterende intro hebt gemaakt, is mij een raadsel, want u bent er in geslaagd een beeld van mij te maken terwijl ik, ijverig, een college bijwoonde in onze geliefde (Antwerpse!) Universiteit.

 

Ik zal niet vitten, beste makkers makers van Tv, op het feit dat u niet gevraagd hebt om mijn aangezicht te filmen, laat staan om het elke week uit te zenden op ATV. Ook doe ik niet moeilijk over het feit dat ik niet op voorhand wist van deze opnames, zodat ik a) een iets minder extravagant overhemd had kunnen kiezen en b) mijn hele familie en kennissenkring had kunnen optrommelen om met zijn allen voor de buis te wachten op mijn verschijning.

Wat ik wel jammer vind, is dat u mij per se in profiel op de beeldbuis moest tentoon spreiden: een mate van ijdelheid noch de onzekerheid die daarmee gepaard gaat is mij vreemd, en naar mijn mening komt mijn neus nu eenmaal niet zo goed uit in profiel.

Ik ben gezegend, beste tv-makers, met een stevig reukorgaan: een rots, een klif een berg zou Cyrano De Bergerac beschrijven.  En ik geef toe -dit lijkt wel een apologie- dat ik een bescheiden complex heb over mijn neus, hoewel ik nooit overwogen heb om deze op gelijk welke manier een stuk in te korten. We moeten het doen met de smoel die we gekregen hebben, en het leven is niet eerlijk verdeeld: er zijn journalisten en er zijn mensen die voor ATV CampusTv maken. Dan valt een grote neus me nog wel mee.

 

Waar ik met dit verhaal naartoe wil beste -tussen aanhalingstekens- tvmaker: ik wilde u bedanken. Ik wilde u danken voor de kleine bijdrage aan mijn carriére, want wie weet ziet een of andere uitgever mijn aangezicht op de tv -wie die arme man ertoe dwingt om CampusTv op te zetten is mij een raadsel- die bij zichzelf denkt: zo’n gigantische neus en zo’n fout hemd, dat moet wel een groot schrijver zijn. Hij zal “CampusTv Paars Hemd” intikken op de zoekmachine waarop iedereen alles vindt, tot roze bunnypakken toe, en hier terechtkomen. Het begin van een mooie samenwerking.

Die heb ik dan aan u te danken. Mijn carriére is dan op het juiste spoor gebracht. Maar geen nood, geachte maker van CampusTv, ook u zal ooit uw deel krijgen, en een echte journalist worden. Tot Dan.





Roze Bunnypak.

3 09 2009

Het is niet voor het een of ander maar u moet beseffen, lieve gebruikster van google, dat wat u zoekt wordt opgeslagen. Ik ken u niet, mijn liefste, absoluut niet. Toch ben ik onbehoedzaam in uw privéleven gevallen.

Even resumeren. Ik gok dat u een geliefde hebt, dat u alles voor hem wil doen en dat u daarom -al was het maar uit fantasie- op de wereldberoemde zoekmachine “roze bunnypak” intikte. Het is niet erg. Ik versta dat.

Ik versta, mijn liefste, dat een relatie na een tijd wat pit verloren heeft. Dat geliefden partners worden en seks meer gewoonte dan goesting. U wilde uw geliefde verrassen, terug wat peper in dat leven gooien. U wilde hoogstwaarschijnlijk iets zoals dit bestellen. Dat is niet erg. Ik versta dat.

Maar u kwam bij mij terecht. Wat heb ik te bieden? Ik kan uw seksleven waarschijnlijk niet verbeteren door verhalen en meningen allerhande. Ik heb toevallig ooit de woorden roze en bunnypak gecombineerd en deze speling van het lot heeft u bij mij gebracht.

Maar blijf nog wat, mijn liefste. Het zal de moeite zijn. Uw geliefde zal er ook geen spijt van hebben. Ik zal u troosten en talig omarmen. Er is geen kostumering nodig. Zo naakt als u zich ondanks roze ponpon en konijnenoren zou voelen, mag u zijn wanneer u zich aan mijn woorden tracht te verwarmen.

Met liefs,

GJ.

P.S.: De kans is groter dat u een giechelende gekke meid van zesentwintig bent, die op het punt staat een vriendin te trakteren op een dol vrijgezellenfeest. Het spijt me, maar dan kan ik niets meer voor u doen.





Cunst en Kultuur

16 07 2009

Alleen pek en veren hadden ze nog nodig om er een gezellige lynchpartij van te maken, de heren kunstbroeders die Joke Schauvliege, alias onze nieuwe minister van leefmilieu, natuur én cultuur, van bij dag één het vuur gezellig aan de schenen lieten branden. Met fakkels en zeisen stonden onze vrienden Lanoye en Mortier klaar aan de deuren van het Vlaams parlement.
Wat was het probleem met Schauvliege, een dame die behalve met een schitterende naam voor woordspelingen gezegend is met jonge kinderen en een drukke baan, wat was in godsnaam het probleem? Ze kende niks van kunst meneer, verzuchtten de kunstenaars. Het laatste boek dat ze gelezen had? Geen flauw idee. Het laatste toneelstuk? Een stuk van de KWB of nog erger: van een amateur -een huivering ging door de kunstwereld – gezelschap. Een half jaar geleden, dan nog.
Enfin, soit, goed: we hebben een cultuurminister die van Kultuur niet zo bijzonder veel kent, van kultuur des te meer. Het verenigingsleven: de chiro, de wafelenbak, de -jawel- KWB en amateurgezelschap De Wilgekatjes (te bekijken in Nijlen voor de kultuurliefhebbers).
Ter zake: is het nodig dat een cultuurminister de nieuwe voorstelling van Anne Teresa De Keersmaeker heeft gezien, alsook Godenslaap gelezen heeft en kan meepraten over het multimediale theater van Guy Cassiers? Of moet een cultuurminister haar job doen, zijnde zich inwerken in haar vakgebied, een beleid uitvoeren en dan aan de juiste types de juiste centjes geven? Een minister die haar job naar behoren uitvoert heeft me dunkt bij god de tijd niet om dikke boeken te lezen, laat staan om op iedere pensenkermis in de bourla op te draven.
Een minister moet zijn kop wel eens laten zien bij deze gelegenheden. Maar enkel als er een camera in de buurt is, anders heeft het absoluut geen zin om naar een theatervoorstelling te gaan. Boeken leest een politicus of politica wel, maar enkel als ze door iedereen geprezen worden of door geen hond gelezen worden.

Laat ons een kat een kat noemen: Joke heeft gewoon geen tijd om aan cultuur te doen. Ze is minister, heeft een man en twee kinderen. Probeer maar eens een boek te lezen met twee koters aan je rokken. En bij mijn weten heeft de Bourla geen kinderopvang.
Enfin, soit: ik wil maar zeggen dat ik onze nieuwe minister nu al hoog heb zitten. Na Bertje komt Joke, en ik vind Joke even symphatiek als Bertje, al was het maar om haar schitterende naam. Wat haar beleid betreft wacht ik vol ongeduld af: ze heeft honderd dagen gevraagd om zich in te werken in de Vlaamse kunst en cultuur. Honderd dagen! Wat een wijf: honderd dagen buiten het theaterseizoen, dat wordt veel DVD’tjes kijken.
En na die honderd dagen? Dan komt ze vast met een schitterend beleid naar buiten. En anders staan pek en veren nog steeds binnen handbereik.





Furie

4 05 2009

Potdorie, die dekselse Nederlanders toch. Correctie, ik veralgemeen. Potdorie, die Matthijs Van Nieuwkerk toch. Geschokt was hij, diep geschokt, over de straffe taal die mevrouw Connie Palmen op het boekenbal sprak. Over wat zij ‘de nietsnutten’ van de boekenwereld noemde: de lectuurschrijvers, thrillerpenners, de bastards die de goden van de literatuur beroofden van verkoopcijfers, de vuige honden en onreinen die kostte wat het kost gemakkelijke en toegankelijke lectuur produceerden die begrijpelijk was zonder ‘veertig jaar gelezen te hebben’ (zoals mevrouw Palmen zei).

Laat ik niet jokkebrokken: van deze nietsnutten heb ik geen woord gelezen. Kluun is een naam die ik ken van de televisie. Het is een scheldwoord geworden voor een nietsnut, die zijn computer aanzet en een boek uit zijn vingers laat gulpen zonder voorbereidend werk, zonder research en zonder zes naslagwerken. Althans dat denk ik, want nogmaals: ik heb er geen bal van gelezen.

Wat komt ge dan in deze discussie doen? Waarom moet ge dan ook uw zegske hebben, Janssens? Ik wilde Connie Palmen altijd al eens tegenspreken, daarom. Ik ben een bewonderaar van het werk van Connie Palmen. De Wetten waren een openbaring, en ik begin eerstdaags aan Lucifer. Ook haar essayboeken vind ik geweldig. Maar ik vind niet dat kunst (zoals zij de literatuur noemde om haar van de lectuur te onderscheiden) enkel begrijpbaar mag zijn na veertig jaar lezen. Of pas begrijpbaar zijn na een ander boek. Een boek is een boek en moet te snappen zijn voor een marsman die op bezoek komt en op een of andere manier Nederlands heeft geleerd. Gesteld dat een marsman enigszins menselijk is. Want dat onderscheidt de literatuur misschien wel van de lectuur: het feit dat de literatuur algemeen-menselijke gevoelens aanboort die de lectuur ten voordele van spanning of amusement onberoerd laat. Harry Potter is geen literatuur.

Wat ik jammer vond, in dat verdomd mieterse programma dat De Wereld Draait Door is, is dat mevrouw Palmen de voor mij nobele onbekende thrillerschrijfster niet wat meer verbaal op haar bakkes heeft gegeven. Zoals zij op het boekenbal deed, een effect dat camera’s op haar hadden: zij werd een furie, een doorleefd stuk schrijfster dat wild om zich heen klauwde naar wie de literatuur beledigde door haar te gebruiken als kwalificatie bij het scheldwoord thriller. Zij had wat mij betreft gerust Hugo Borst Komrijgewijs de huid mogen volschelden toen hij haar I.M. beroerd geschreven noemde. In plaats daarvan haalde zij hem neer toen hij zei dat hij maar een voetbalcommentator was: “en niks meer”.

Mevrouw Palmen, ga zo door, scheld tot ze doorkrijgen dat literatuur te maken heeft met iets ongrijpbaars, met de liefde voor een traditie die zich uitdrukt in het schoppen tegen die traditie. Dat ze heerlijk woekert, zonder zich iets aan te trekken van verkoopcijfers. Ga lezingen houden om het tekort aan lezers te compenseren: noem uw eerste lezing Kluun, je kan niet schrijven en ga twee keer drie kwartier los op alle J.K. Rowlings van deze wereld. Lees in de pauze eigen werk voor. Ik zal elke voorstelling komen kijken, niet voor het lezen maar voor de scheldpartij. En vele mensen met mij.





Hart

17 02 2009

De lezers van Metro, een krant die Dolf Jansen ooit omschreef als de krant voor mensen die te beroerd zijn om te betalen voor hun krant, schrokken zich vrijdag kapot. Aangezien ook ik te beroerd ben om geld uit te geven aan een krant (de HUMO kost al genoeg met al die DVD’s) was ik vrijdag één van hen.

Voor de niet-treinreizigers en principiele Metroweigeraars wil ik graag de emotionele kuip mortel schetsen die de lezer over zich heen gestort kreeg toen hij bladzijde zoveel omsloeg en de volgende bladzijde onder ogen kreeg. Stel u voor: het is vrijdagmorgen, u heeft een zware week achter de rug. U weet niet wat er nu met uw fortisaandelen gaat gebeuren, etcetera. U denkt ik lees de krant, lekker gratis, dus u slaat de Metro op een willekeurige bladzijde open. Bam, vlak in uw gezicht: een lachende Bart De Wever.

Voor de lezer die het zich nog niet kan voorstellen: klik even op deze link. Liefst niet vlak voor of na uw eten, het kan hard aankomen. Als ik er u dan nog bij vertel dat op de bewuste Metropagina mijnheer de Wever een hartje in zijn hand hield dat hij mij als het ware offreerde, is ook uw dag nu misschien naar de haaien. Het spijt me.

Het valt me op dat de guerilla-campagne waarover ik een paar dagen geleden iets schreef en dat ik binnen afzienbare tijd zelf wil uittesten, zijn weg heeft gevonden naar de politiek. De SLP voert campagne in toiletten, aangezien hun budget klein is en hun creativiteit (bweik) groot. En de N-VA is lief. Althans, dat lijkt de bedoeling.

Moet ik uitleggen dat het marketingteam iets te zichtbaar is in de campagne? Of is de glimlach van De Wever oprecht? Weet De Wever überhaupt dat zijn partij momenteel campagne voert met een plopsalandachtige website? Of verstuurt u graag e-cards met een politieke boodschap? Ik citeer: “Uw nichtje vroeg meer informatie over “de politiek”? Uw collega toonde al interesse voor de N-VA? Uw buurman vroeg u waarom een staatshervorming nu nodig is.Op een toffe manier kan u hen nu een politiek postkaartje bezorgen en meteen de weg naar meer informatie over de N-VA wijzen.”

Het woord is er uit: TOF. Op een toffe manier. Als mijn nichtje informatie vroeg over “de politiek”, ik zou haar alles geven behalve een e-card van de N-VA. En wat is dan de toffe manier? Een opsomming: een politieke campagne met de titel “We blijven hart werken voor Vlaanderen”. Want dat is tof. We schrijven hard met een t en zetten dan hartjes op onze website. Een lachende De Wever, met een hartje in zijn klauwen. Titeltjes in roze letters, die we gejat hebben van Sara de telenovella, want daar keken veel mensen naar. Het is, eerlijk gezegd, om van te kotsen.

Ik stel mij het partijbureau van de N-VA voor op een dinsdagmiddag: de reclamejongens, die de helft van het budget al hebben meegegraaid komen hun idee voorstellen. Bart De Wever heeft zich net volgestopt, met vlees uiteraard, en zit een beetje nukkig aan zijn bureau grapjes te bedenken voor De Slimste Mens. Dan komt de geblondeerde oppergod van het reclamebureau binnen. De Wever trekt zijn broek op en schudt de man de hand. “Van nu af, bent u niet meer mijnheer De Wever. Van nu af ben jij Bart!” Bart schrikt. “En u gaat lachen op de foto’s, dan vinden de mensen u veel symphatieker!” Bart wordt bleek. “En we hebben een website met toffe hartjes!” Bart vraagt of hij zich even mag terugtrekken, en gaat zachtjes huilen op het toilet.

Ik heb medelijden met Bart. Waar is de tijd van de Vlaamschen Leeuw met klauwen? Van de luis in de pels, die met een pokerface de concurrentie afmaakte? N-VA moet een gezinspartij worden. De ballen moeten eraf, want anders is “de politiek” niet tof genoeg. De bewuste campagne is vooral heel erg fake en onoprecht. De Wever is geen vlotte Bart, hoewel hij volgens mij privé een lieve vader en zorgzame man is. Het is een ietwat norse en cynische man die hard werkt voor zijn partij. En daar moet hij niet tof voor zijn.





Nog hetere porno dan u al gewend bent

11 02 2009

Vijftien mensen. Zouden ze zijn afgekomen op de titel van de vorige post? Ik zou het bij alle goden in de hemel niet weten. Als er mensen zijn die dit bericht onder ogen krijgen omdat ze zich door de titel aangesproken voelen, gelieve een reactie te plaatsen. Ik zou wel eens willen weten hoe en of dit werkt. Ik heb nog wat nagedacht over marketing en reclame met als motto: if you can’t beat them, join them. Reclame is irritant en vervelend, dus kan je maar beter een poging doen om echt leuke promotie te bedenken.

Ik heb mijn licht opgestoken op dat wereldwijde web waarop agentes worden bekritiseerd (ik ben trouwens lid van de facebookgroep die in het nieuws kwam vanochtend, puur voor de grap. De agente in kwestie is een bekende Lierenaar en berucht op Lierse middelbare scholen waar ook ik ooit op de bankjes zat. Noem het cult, en neem het vooral niet te serieus op.) en waar je ook over alle mogelijke onderwerpen informatie kan vinden die al dan niet correct is. Ik kwam iets te weten over zogeheten guerilla-marketing.

“Guerillamarketing is een strategisch doordachte overval via een onconventioneel medium, die op een onvoorspelbaar moment, op een originele relevante manier en op het juiste moment bij de juiste doelgroep sympathie en een onvergetelijk wauw-effect opwekt voor een merk, mening, dienst of product.”

Hospes verduidelijkt zijn definitie met zes eigenschappen waaraan goede guerrillamarketing zou moeten voldoen:

1. Is de guerrilla-actie origineel, zowel qua inhoud als qua vorm?
2. Is de guerrilla-actie onverwacht en onvoorspelbaar, kortom: is het een soort overval?
3. Kunnen we met de guerrilla voldoende bereik creëren en dat vergroten door middel van buzz of redactionele aandacht? Kunnen we beelden van de guerrilla-actie maken?
4. Is de guerrilla-actie relevent? Sluit de actie aan op de kernwaarden van het product danwel het merk, en is die een vertaling daarvan naar de doelgroep?
5. Is de guerrilla-actie op het juiste moment? Speelt die in op de actualiteit, productlancering of gebeurtenis, op de juiste plek en op het juiste moment?

6. Wekt de guerrilla-actie sympathie op?

http://blog.adformatie.nl/index.php/entries/guerrilla-marketing-hoe-het-echt-werkt/ )

Dit lijkt me een fijn idee. Nu is het nog zaak een mooi plannetje te smeden om dit vehikel wat meer naamsbekendheid te geven. Als er iemand een idee heeft, u mag het altijd in een reactie posten. Wie weet vindt u mij binnenkort in een roze bunnypak op de markt met flyers, je weet het nooit. If you can’t beat them…








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.